Stefaan Modest Glorieux

Onze inspiratie vinden we in de persoon van Stefaan Modest GLORIEUX (1802-1872). De keuze voor S.M. Glorieux, als boegbeeld van onze school, is zeker niet toevallig. Drie belangrijke argumenten liggen aan de grondslag. We wensten een naam die historisch verbonden is met de plaatselijke gemeenschap, die de binding van ASO-, BSO-, TSO-onderwijs weerspiegelt en die verwijst naar de spiritualiteit die ons bezielt. Stefaan Modest Glorieux beantwoordt op uitstekende wijze aan deze criteria. Als onderpastoor van de Sint-Hermesparochie was hij rechtstreeks betrokken bij de plaatselijke Ronsese gemeenschap. Als stichter van de congregaties van de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes Oostakker en van de Zusters van Barmhartigheid, als priester van het bisdom Gent, is hij de verpersoonlijking van wat ons bindt. Als pedagoog en didacticus kan hij beschouwd worden als voorloper van het humaniora-onderwijs van het bisdom Gent en als voorvechter van de specifieke beroepsopleiding.

Stefaan Modest Glorieux was een man van inzet en gebed. Als priester wilde hij de onwetendheid en ongeletterdheid, bron van armoede en werkloosheid, bestrijden en de emancipatie van elke mens, als gehele mens, op evangelische basis nastreven. Als pedagoog blijft hij verrassend actueel. Zijn visie op onderwijs als totale ontwikkeling van de leerling - hoofd, hart en handen - vormt nog steeds een draagvlak voor hedendaagse vorming en opvoeding. Zijn spirituele kracht uitte zich in zijn nooit aflatende inzet voor de minder bedeelde, zijn maatschappijkritische houding, zijn gedurfde, vernieuwende en toekomstgerichte aanpak. Stefaan Modest Glorieux is een bezielend voorbeeld voor al wie, vanuit evangelisch oogpunt, bij onderwijs en opvoeding betrokken is. Glorieux, een vader voor iedereen maar niet altijd aanvaard. 

Een stukje geschiedenis

In de 19de eeuw was het in onze streek zeer droevig gesteld. 30% van de Vlaamse bevolking had geen werk en geen eten. Omstreeks 1845 zaten 26 000 kindervagebonden in de gevangenis. België werd minachtend het “koninkrijk van het droog brood” genoemd. Naast de armoede was de onwetendheid door analfabetisme het grootste probleem. In Ronse was het nog erger gesteld. Meer dan de helft van de bevolking was noodlijdend en leefde van bedeling of bedelarij. Op de eerste zondag van mei werden arme oude mensen en weeskinderen verpacht aan de meestbiedenden. Om dit mensonwaardig pauperisme te bestrijden had je mensen nodig die het probleem in de wortel aanpakten. Die durfden te vechten en te dromen. Die de liefde voor de kansarmen tastbaar konden maken. Zo'n man was vader Glorieux. Stefanus Modestus Glorieux werd in 1802 geboren uit West-Vlaamse boeren. Na zijn studies werd hij in 1825 priester gewijd. De bisschop stuurde hem naar Ronse, een textielstad vol armoede en werkloosheid. Hij hielp waar hij kon. Hij richtte een Liga tegen armoede op, maar mislukte en bleef met de schulden en de schande zitten. De rijke burgerij bekeek hem als een onrustzaaier. 
 

Mej. Antonia Depoorter
Mej. Antonia Depoorter

Toen kreeg hij de steun van Mej. Antonia Depoorter, een rijke fabrikante. Met haar hulp kon hij zich inzetten voor de verwaarloosde hongerige kinderen. Hij bracht hen samen in de Sint-Hermescrypte, gaf hen eten en bereidde hen voor op de eerste communie (de zondagsschool). Op een bepaald ogenblik telde zijn “school” meer dan 500 kinderen. In 1830 kreeg hij de oude Sint-Pieterskerk. Hij richtte er een werkplaats in. Hij verschafte eten, drinken en werk. Hij vroeg om hulp en kreeg van de bisschop de opdracht: “Vorm zelf broeders en zusters”. Met koppig West-Vlaams boerengeduld begon Glorieux aan de zware taak. Niet iedereen was hem echter goedgezind. Mannen en vrouwen die samenwerkten mocht niet! De bisschop luisterde naar deze verdachtmakingen en verbood de stichting van een zustercongregatie. Die zal wel in 1845 erkend worden. In 1832 kon Glorieux volgend “palmares” voorleggen:

  • een college voor kinderen van de welgestelde klasse, met internaat en onderwijs in o.a. Latijn, Grieks en Frans;
  • kosteloos onderwijs aan arme kinderen die tevens de kans kregen een ambacht te leren;
  • een avondschool voor ongeletterde volwassenen;
  • een “verzorgingshoekje” voor ongeneeslijk zieken, voor bejaarden, blinden, kreupelen,…;
  • een tehuis voor weeskinderen en verlaten kinderen, die onderwijs kregen en een vak leerden;
  • een “polykliniek” voor mensen met schurft en andere weerzinwekkende kwalen;
  • een “thuiszorg” voor meer dan 300 noodlijdende gezinnen.

Volgens velen ging vader Glorieux hier zijn boekje te buiten. Hij hield zich niet aan de stelregel dat een priester in de kerk thuishoort. Laster en verdachtmakingen werden zijn deel. Hij had steeds schulden en werd wanbeheer verweten. Toch liet hij in 1836 een viervleugelig “modelinstituut” bouwen met twee vleugels voor de zusters en twee voor de broeders. De enige verbinding was een draairol om het eten te kunnen doorgeven. Toch werd deze constructie bestempeld als en ongeoorloofd samenwonen van geestelijken. De toenmalige bisschop luisterde naar de laster en trok zijn toestemming in. Glorieux werd uit Ronse verbannen. In 1842 kwam hij terug als pastoor van de Sint-Martinuskerk. Glorieux botste opnieuw met de burgerij en het regende klachten bij de bisschop. Deze zond een medehelper. Na vier jaar samenwerking voelde Glorieux zich op zij gezet. In 1848 werd hij definitief uit Ronse verbannen. De onmiddellijke aanleiding was het oprichten van een liefdadigheidshoeve waar hij tegelijkertijd onderwijs aan boerenkinderen en werk zou aanbieden aan de armsten onder bevolking. Dit prachtig plan mislukte omdat zijn medewerker hem de nodige broeders tot ondersteuning niet wou geven. In 1852 werd Glorieux directeur van de Zusters Maricolen in Dendermonde. 
Later verhuisde hij naar Heldergem en ten laatste naar Smetlede. Steeds trachtte hij armen en ongeletterden te helpen. In 1872 stierf hij, arm aan centen, maar rijk aan goede werken. Na zijn dood bleef het lang stil rond de broeders en zusters van Glorieux. De broeders keerden eerst naar hun stichter terug. Zij ontdekken dat opvoeding en onderwijs voor de minst bedeelden de bron uitmaakten van het enthousiasme van Glorieux. De zusters hebben hun stichter pas “herontdekt” na het Vaticaans Concilie. In 1972 kreeg Glorieux een standbeeld in Ronse. Op het voetstuk prijkt de leuze: “de zwakken eerst”. In zijn toespraak roemde de bisschop van Gent Vader Glorieux om zijn ongebreidelde inzet tegen de mensonwaardige armoede en zijn strijd tegen de schromelijke onwetendheid. Hij eerde hem tevens als grondlegger van het katholiek onderwijs in onze stad. De laatste jaren wordt dit opvoedend erfgoed meer en meer gedragen door lekenschouders.

 

E.H. Glorieux

Stefaan Modest Glorieux werd geboren op 3 mei 1802 als oudste zoon van herenboer en burgemeester Glorieux te Sint-Denijs bij Kortrijk. In het jaar 1815, toen Napoleon zijn nederlaag leed in Waterloo, trok de 13-jarige Stefaan naar het Klein Seminarie in Roeselare. In Gent voltooide hij zijn studies aan het Groot Seminarie en in 1825 werd hij in Mechelen tot priester gewijd. In de zomer van dat jaar werd E.H. Glorieux tot onderpastoor in Ronse benoemd.

Met grote ijver en edelmoedigheid ging hij aan het werk. Weldra deed hij de overtuiging op dat er in Ronse twee grote kwalen te overwinnen waren: de verschrikkelijke onwetendheid op allerlei gebied en de agressieve bedelarij. Ronse werd in die tijd wel eens "de stad van de armoede" genoemd als gevolg van een zware crisis in de belangrijkste nijverheid, namelijk de linnenindustrie.

Een beslissende bijeenkomst van de bisschop en de E.H. Glorieux had plaats op 25 November 1830. Dit is het prille begin van twee congregaties: één voor broeders en één voor zusters. Pas in 1832 kregen de broeders een naam. De bisschop schreef aan E.H. Glorieux: "Gij zult ze noemen: Broeders van Goede Werken!" De zusters zouden nog heel lang moeten wachten op hun naam. Priester Glorieux ontwikkelde een 'Modelinstituut' waar broeders en zusters gezamenlijk konden zorgen voor jong en oud.

Het ontwerp van het Modelinstituut was een groots opzet. Aan alle weldoeners bood hij een gedenkplaat aan met een afbeelding van het Modelinstituut. E.H. Glorieux liet een symbolische tekening maken: een lange stoet van Broeders en Zusters van Goede Werken met hun beschermelingen op weg naar de hemel. Eindelijk op 30 Oktober 1845 werden de eerste acht Zusters van Barmhartigheid aanvaard door Monseigneur Delebecque. Dit is het begin van de Congregatie van de Zusters van Barmhartigheid en van haar verschillende instellingen.


S.M. Glorieux

"De eenvoud, de godsvrucht, de liefde tot de armen en de originaliteit van de oude pastoor van Smetlede zijn merkwaardig" (Beelden uit Vlaanderen). Pastoor Glorieux stierf te Smetlede op 25 November 1872, juist 42 jaar na de stichting van zijn Broedercongregatie op 25 November 1830. Hij stierf als een eenzaam man, verlaten door zijn kloosterbroeders en kloosterzusters, maar beweend door de parochianen. "Priester Glorieux was het oog van de blinden, de kruk van de kreupelen, de troost van de weduwen en de wezen, de vader der armen". Verscheidene jaren later hebben de broeders en zusters hun Stichter begrepen. Zijn vooruitstrevende ideeën werden gedurende zijn leven niet begrepen, evenmin als zijn voortdurende inspanningen om alle ongelukkigen die hij op zijn weg tegenkwam te helpen.

Een gedenkplaat bevindt zich nog steeds op de muur van de kerk te Smetlede met de woorden: "HIJ WAS EEN VADER DER ARMEN". E.H. Glorieux werd eindelijk in ere hersteld! In 1972, bij de honderdste verjaardag van zijn overlijden, werd in Ronse een bronzen standbeeld van Priester Glorieux onthuld. Gedurende de plechtige eucharistieviering in de open lucht, maakte Monseigneur Leontinus-Albert van Petegem van de gelegenheid gebruik om hem in ere te herstellen. Voor een massa gelovigen, broeders en zusters, beschreef de bisschop E.H. Glorieux als een sociaal voorloper en pleitbezorger, als een charismatische kloosterstichter, als een pionier en medestichter van het technisch onderwijs en van de liefdadigheidsinstellingen van de Zusters van Barmhartigheid. Hij prees de weg door Priester Glorieux gekozen: de armen hun waardigheid teruggeven door de strijd tegen het analfabetisme en het aanleren van een beroep. 

Bron: www.werken-glorieux.be/nl/vzw-werken-glorieux/eh-glorieux